Fleur

“Mijn vader heeft een nieuwe vriendin. En samen hebben ze nog 2 dochtertjes gekregen.
Mijn moeder is alleen. Ze heeft na de scheiding nooit een nieuwe vriend gehad. En eigenlijk heeft ze ook nauwelijks vriendinnen.
Vaak is ze verdrietig. Ik troost haar dan.
Ze kan het niet goed vinden met de vriendin van mijn vader. En dat bespreekt ze met mij. Zo ook wat ze van mijn vader vindt. En waar zij allemaal last van hebt.

Ik doe mijn best om te luisteren en haar te helpen. Maar soms heb ik er geen zin in.
Mijn moeder ziet op tegen het moment dat ik het huis uit ga. Ik ben de jongste.
Ik heb haar gezegd dat ik nog lang bij haar blijf wonen en er altijd voor haar zal zijn. Ze hoeft zich nooit alleen te voelen, daar zorg ik voor”.

Ik hoor haar praten, zie de liefde voor haar moeder op haar gezicht.
En tegelijkertijd zie ik ook een meisje die voor haar moeder zorgt in plaats van zich op haar eigen geluk te richten. Ze spreekt weinig af met vriendinnen. De resultaten van haar schoolwerk zijn wisselend.
Ze lijkt te accepteren dat dit haar leven is.

Als ik haar laat zien, met behulp van poppetjes, wat zij doet waarbij ik niet spreek over schuld. Want er is geen schuld. Haar moeder is behoeftig. En omdat Fleur zó loyaal is aan haar moeder, zegt ze eigenlijk: Leg je problemen maar bij mij Mam. Ik draag ze wel.
Fleur maakt zich groot en sterk. En ze zorgt, ze goed als ze kan.

We praten over verantwoordelijkheid. Dat ouders hun eigen verantwoordelijkheid hebben.
Ouders zorgen voor kinderen, kinderen niet voor hun ouders. (ik hoor het mijn docent, systemisch werk, nog zeggen)
We praten over kind zijn. Over je groter maken. Over niet jezelf kunnen zijn. En wat hiervan gevolgen zijn voor nu en voor later.

Ze is moe. Geeft toe dat ze het wel anders zou willen, maar ook dat ze haar moeder niet tekort wil doen.
Werk aan de winkel voor moeder, als zij daar open voor staat.
En Fleur wil graag een nieuwe afspraak.