MIJN MAN STELT GEEN GRENZEN NAAR DE KINDEREN TOE

“Mijn man stelt geen grenzen naar de kinderen toe.
Iedere keer weer ben ik de boeman omdat hij niets doet.
Ik heb hem al zo vaak gezegd dat kinderen grenzen nodig hebben.
Maar hij verandert niet.
Dit levert steeds vaker ruzies op waarbij ik steeds feller reageer”.

Als eerste heb ik Caroline natuurlijk verteld dat zij haar man niet kan veranderen.
Ten tweede, dat ik begrijp dat zij heel veel last heeft van de situatie omdat het haar zó raakt.

En met dat laatste gaan we aan de slag.
Caroline heeft een oordeel op haar man.
Daarmee zegt ze eigenlijk: jij doet het niet goed, ik doe het beter. Of misschien zelfs: ik ben goed, jij niet.
Je begrijpt dat dat voor wrevel zorgt want haar man zou kunnen denken: Als jij het zo goed weet (of als jij zo goed bent) dan doe het maar lekker zelf.

Wat ook mee speelt is “controle”.
Caroline geeft toe dat zij met haar aandacht overal zit.
Ze volgt alles wat er in huis gebeurd en reageert daar ook op.
Controle geeft haar overzicht en tegelijkertijd een soort veiligheid.
Maar … pubers houden niet van controle. En de meeste partners ook niet.

Terug naar Caroline.
Wat gebeurt er als Caroline de controle kwijt dreigt te raken?
Dan voelt ze een soort van onrust, ze gaat dan meteen in de actiestand, probeert de controle terug te krijgen onder andere door te zeggen wat de ander moet doen.

Nog een laagje dieper;
Op mijn vraag wat ze voelt als ze totaal geen controle heeft.
Caroline voelt dan paniek. Echte paniek.
Alsof er iets echt heel erg mis zal gaan, alsof er iets ergs gaat gebeuren.

We zoeken uit of ze dit gevoel kent uit haar jeugd.
In eerste instantie herkent ze het niet.
Ze vertelt wel dat haar oudste broer autisme heeft, haar ouders altijd heel bezorgd om hem waren, onder andere omdat hij fikse uitbarstingen kon hebben.

Wat blijkt; Caroline heeft zich, als heel jong  meisje, aangepast.
Haar voelsprieten stonden altijd aan.
Onbewust zorgde ze er voor dat ze alles zag en hoorde.
Zodat ze voorbereid was mocht het weer tot een uitbarsting komen.

En dat doet ze nu, in haar volwassen leven, (onbewust) nog steeds.
Ze staat altijd aan. Wat haar veel energie kost.
Echter het altijd aan staan vanwege de uitbarstingen van haar broer is oud.
Een oud stuk wat soms, onbewust, weer de kop opsteekt.
Dat oude stuk, samen met hetgeen er in het nu gebeurt, maakt samen dat Caroline tegen het plafond schiet.

Oude stukken, pijn, patronen kunnen we niet 1-2-3 laten verdwijnen.
Ze zijn een deel van ons.
Maar wel kunnen we ze “loskoppelen”.
Waardoor ze niet naar voren denderen als we in het nu getriggerd worden.

Het resultaat:
Caroline herkent nu steeds vaker en sneller haar controledrang.
Op dat moment stelt ze zichzelf de vraag: Is het nodig dat ik hier controle op heb?
Is het, bij wijze van spreken, van levensbelang? Of mag ik het gewoon laten gaan waardoor de ander zichzelf kan zijn, zijn/haar eigen weg kan gaan.
En als er een situatie voor doet waarbij ze getriggerd wordt, dan weet ze dat de kleine Caroline haar probeert te beschermen, een overlevingsmechanisme uit de tijd van toen en  wat nu niet meer nodig is.

In een eerlijk en kwetsbaar gesprek heeft Caroline haar man verteld over onze sessies.
Hem uitgelegd wat er in haar gebeurd en waarom ze reageert zoals ze reageert.
Hij reageerde meelevend en heeft haar gevraagd hoe hij haar kan helpen.
Samen hebben ze afspraken gemaakt. Niet omdat alles vanaf nu 100% goed moet lopen.
Maar afspraken (en evaluatiemomenten) om te kijken hoe ze het voor elkaar makkelijker kunnen maken.

Een maand later appt Caroline mij.
Yvonne, je zal het niet geloven. Vandaag zaten we aan tafel waarbij de jongste zijn eten naar binnen spaaide. En mijn man sprak hem er op aan!
Waarbij hij ook nog eens heel duidelijk zei dat er in ons huis met mes en vork gegeten wordt. Volgens mij viel onze zoon bijna van zijn stoel. Maar het werkte wel!
Zo fijn.