ZORGEN VOOR

Op zondagochtend, als al onze 7 (puber) kinderen nog sliepen ging mijn partner richting hockeyveld. Voor een wedstrijd, soms om een wedstrijd te fluiten of om te coachen.
Hockey is heel belangrijk in zijn leven, al van jongs af aan.
Vanaf onze eerste date was me dit duidelijk.

Rond 12.00 uur kwamen dan de kinderen een voor een naar beneden om te ontbijten.
Ik vond het mijn taak om er te zijn en er voor te zorgen dat het gezellig was.
Wat natuurlijk niet altijd zo was als 7 kinderen na elkaar ontbijten (overal in huis), het tosti-ijzer niet schoon te maken of de vaatwasser niet kunnen vinden …
Daarna deed ik de (bergen) was, vouwde ze op en legde de stapeltjes bij iedereen op bed of op de trap. En hield me daarna bezig met andere huishoud-zaken.

Als ik dan ’s avonds moe met mijn partner op de bank zat zei hij dat ik niet alles hoefde te doen. Dat we sommige dingen ook ’s avonds samen hadden kunnen doen.
Ik was het daar niet mee eens. Want het was toch fijn dat alles gedaan was en we ’s avonds lekker samen konden bank hangen.

Natuurlijk gaf bovenstaande ook ergernissen.
Want hij stond lekker op het hockeyveld en had plezier. En ik was alleen maar bezig met zorgen en huishouden. Het voelde voor mij alsof alles op mij neer kwam.

Maar … ik deed het zelf. IK koos er voor om te zorgen. En dus om niet bijv met een vriendin af te spreken of lekker een end te gaan wandelen.
Pas later ben ik gaan in zien dat als ik iets aan mijn onvrede wilde veranderen, ik het ZELF moest doen.

Het zou gemakkelijk zijn geweest als mijn partner met hockey zou zijn gestopt. Dat HIJ dus zou veranderen. Maar daar zou hij héél ongelukkig van worden dus dat zou ik hem nooit vragen.
IK zat met dat rotgevoel dus conclusie: IK had wat te doen.

Zo ontdekte ik dat “zorgen” in mijn systeem zit. Nou kan ik makkelijk zeggen dat ik zorgen (soms) ook fijn vind, maar het was ook het voorbeeld wat ik van mijn moeder kreeg.
En als klein meisje “zorgde” ik op mijn manier voor haar, als ik voelde dat ze niet lekker in haar vel zat. Ik leerde: de ander staat voorop/is belangrijk, niet ik.
Hard werken en zorgen voor anderen hoorde bij ons familiesysteem.

Onbewust wilde ik met zorgen voor anderen ook waardering krijgen. Vroeger van mijn moeder, later ook van anderen. En als dat niet kwam, dan was ik teleurgesteld en gekwetst. Voor mezelf kiezen voelde als egoïstisch.
Ik heb mogen leren om goed te zorgen voor mezelf, te kiezen voor mezelf.

Zo kunnen dus oude onbewuste patronen invloed hebben op je huidige leven.
En JIJ bent degene die hier verandering in kan brengen.
Mij heeft het heel veel gebracht. En dat gun ik jou ook.